Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0523

Datum uitspraak2008-09-11
Datum gepubliceerd2008-09-12
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers312069 / HA RK 08-208 en 312268 / HA RK 08-211
Statusgepubliceerd


Indicatie

De communicatie naar verzoeker is weliswaar niet altijd even zorgvuldig geweest, maar de rechtbank heeft aan de inhoud van de dossiers geen aanwijzingen kunnen ontlenen voor subjectieve of objectieve partijdigheid van de rechter. Het staat verzoeker niet vrij om op hem passende tijdstippen, buiten het uit de procedure voortvloeiende en door de rechter bepaalde verloop, processtukken in het geding te brengen. Evenmin bestaat er voor hem een aanspraak om steeds maar weer op een processtuk van de wederpartij te mogen reageren. Er is geen reden om aan te nemen dat verzoeker niet de gelegenheid heeft gehad ter comparitie op adequate wijze het woord te voeren.


Uitspraak

Beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Meervoudige kamer voor wrakingszaken Zaaknummers: [zaaknummers] Rekestnummers: [rekestnummers] Uitspraak: 11 september 2008 Beslissing van de meervoudige kamer op de verzoeken van: [naam verzoeker], wonende te [adres], verzoeker, strekkende tot wraking van mr. [naam rechter], kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, sector kanton (hierna: de rechter). 1. Het procesverloop en de processtukken Bij de rechter zijn in behandeling de door de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam als eiseres tegen verzoeker aanhangig gemaakte civielrechtelijke vordering met zaaknummer [zaaknummer] (hoofdzaak) en de door verzoeker tegen mr. [naam derde partij] aanhangig gemaakte vrijwaringsprocedure met zaaknummer [zaaknummer]. De rechter heeft in beide zaken vonnis bepaald op 31 juli 2008. Bij faxbericht van 30 juli 2008 heeft verzoeker de rechter in beide procedures gewraakt. Verzoeker, de rechter, de gemachtigde van de Orde van Advocaten en mr. [naam derde partij] zijn verwittigd van de datum waarop de wrakingsverzoeken zouden worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd. De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 14 augustus 2008. Ter zitting van 28 augustus 2008, alwaar de gedane wrakingen zijn behandeld, zijn verschenen verzoeker en de Deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam, mr. W.H. Claassen. Verzoeker heeft aan de hand van een pleitnota zijn standpunt nader toegelicht. 2. De verzoeken en het verweer daartegen 2.1 Voor wat betreft het standpunt van verzoeker wordt verwezen naar het wrakingsverzoek in beide procedures, de daarna ingediende gronden en de pleitnota van verzoeker, welke processtukken aan deze beschikking zijn gehecht. 2.2 De rechter heeft niet in de wraking berust. De rechter bestrijdt deels de feitelijke grondslag van de verzoeken en heeft overigens te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren. 3. De beoordeling Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een (subjectieve) vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. De wrakingskamer heeft kennis genomen van de procesdossiers in de hoofdzaak en in de vrijwaringsprocedure. Bij de bestudering van die dossiers is gebleken dat de communicatie naar verzoeker weliswaar niet altijd even zorgvuldig is geweest - bijvoorbeeld is bij proces-verbaal van 13 maart 2008 de beslissing op de door verzoeker ingestelde provisionele vordering bepaald op 27 maart 2008, doch die beslissing is zonder nader bericht aan verzoeker pas op 5 juni 2008 genomen -, maar de rechtbank heeft aan de inhoud van voornoemde dossiers geen aanwijzingen kunnen ontlenen dat er sprake is van subjectieve dan wel objectieve partijdigheid aan de zijde van de rechter. Anders dan verzoeker veronderstelt, staat het hem niet vrij om op hem passende tijdstippen, buiten het uit de procedure voortvloeiende en door de rechter bepaalde verloop, processtukken in het geding te brengen. Evenmin bestaat er voor hem een aanspraak om steeds maar weer op een processtuk van de wederpartij te mogen reageren. De uitwisseling van processtukken behoort op enig moment te eindigen en er is geen reden te veronderstellen dat de rechter feiten die door de ene partij zijn aangevoerd en waarop de andere partij nog niet heeft kunnen reageren als vaststaand zal aannemen. In het proces-verbaal van de comparitie van partijen d.d. 13 maart 2008 komen de standpunten van verzoeker en de motivering daarvan uitdrukkelijk naar voren. Er is daarom geen reden zoals verzoeker heeft aangevoerd, om aan te nemen dat hij niet de gelegenheid heeft gehad om op adequate wijze het woord te voeren. Dit geldt temeer nu er al een uitgebreide wisseling van processtukken tussen partijen was geweest. Aan de omstandigheid dat door medewerkers van de griffie mogelijkerwijs minder adequaat is gereageerd op brieven en telefoontjes van de zijde van verzoeker kan niet ontleend worden dat er sprake is van (de schijn van) vooringenomenheid van de rechter. De wrakingsverzoeken zijn daarom ongegrond. 4. De beslissing wijst af de verzoeken tot wraking van mr. [naam rechter]. Deze beslissing is gegeven op 11 september 2008 door mr. M.F.L.M. Van der Grinten, voorzitter, mr. L.A.C. van Nifterick en mr. P. Vrolijk, rechters. Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van mr. K. Aagaard, griffier. De voorzitter is buiten staat deze beslissing te ondertekenen. Namens deze mr. Vrolijk, jongste rechter.